Rondsurfend op Flickr vond ik deze foto in een van mijn eigen sets. Verassend.
Aan deze foto hangt een kort verhaal.
Zuid Afrika 2004.
Stephanie komt de kamer binnengestormd. Ze is duidelijk gehaast. Er hangen kleine druppels op haar bovenlip. “Wie kan vliegen?”, roept ze, terwijl ze elk van ons één voor één vluchtig aankeek. “Ik moet dringend naar Mozambique toe vlieg. Om 4u moet ik een pakje leveren. Als ik dit niet op tijd klaar gespeel krijg, zal die gevolg onoverzichtelijk wees.” Stephanie spreekt Afrikaans, een soort versimpeld kleuternederlands. Net verstaanbaar voor ons en best kostelijk om aan te horen. “I’ll do it”, sprak J, die toen dikwijls Engels praatte uit gewoonte. “Baie goed”, reageerde Stephanie onmiddellijk, “who else?”. Er waren nog twee mensen over. Nog voor ik iets kon uitkramen was de andere recht gesprongen met de woorden “Ja, maat! Das patat, jom.” Een uitspraak waar ik weinig kon tegen inbrengen. Het drietal spurtte naar de dichtst bijzijnde wagen en promoveerde mij prompt tot driver van dienst…
Na een adembenemende rit vol gierende banden en gemengde gevoelens arriveerden we net op tijd aan de chopper. Stephanie zette haar groene hoofdtelefoon op, zei kort iets tegen Roger en startte de motoren. Automatisch bukte ik me en legde m’n rechterhand beschermend op m’n hoofd.
Zwaaien deed ik niet. Dat is niets voor mij. Via een telefonische verbinden liet J mij weten dat alles pico-bello was daarboven. Wat later nam hij deze foto… klik op de foto om te vergroten
Helaas is deze versie niet helemaal waarheidsgetrouw. Misschien werd links en rechts een héél klein beetje overdreven, maar dat heet dan met mooie woorden: de ROT, de relatief onthouden techniek.

You must be logged in to post a comment.